Vezelbasissen: hulpstoffen en modifiers
← Back to blog

Vezelbasissen: hulpstoffen en modifiers

Assists en modifiers.

Cover image: assists and modifiers, vinegar and soda powder

Een chique woord voor assists en modifiers in de verfwereld is hulpstof. Assists en modifiers zijn dezelfde materialen, maar met een ander gebruiksdoel.

Assists en modifiers kunnen zuur of alkalisch zijn.

Voorbeeld;

  1. Ik gebruik Cream of Tartar als assist om te voorkomen dat mijn aluinmordant zich ophoopt op de bodem van de pan.
  2. Ik gebruik Cream of Tartar als een modifier om de Ph van mijn cochenilleverfbad te verlagen en helderrode tinten te krijgen.

Een alkalische hulpstof verhoogt de Ph-waarde in het verfbad. Ph is een getal dat wordt gebruikt om de zuurgraad of alkaliteit van een materiaal aan te geven. Ph 7 is neutraal, alles daarboven is alkalisch, alles daaronder is zuur. Ph-waarden zijn belangrijk bij natuurlijk verven, omdat ze de opname van verfstof en de tint kunnen beïnvloeden.

Je test Ph met Ph-teststrips of een digitale Ph-meter.

pH colour chart showing acidic, neutral and alkaline ranges

Alkalische assists en modifiers; (op volgorde van sterkte)

  • Krijt (Calciumcarbonaat) – Ph 9.1

Krijt wordt gebruikt als kleurveranderaar. Heb je zacht water met een lage Ph, dan maakt toevoeging van krijt aan je verfbad je water harder. Krijt in het verfbad haalt de mooiste rode tinten naar voren in meekrap en wegedoorn. Bij ververing met sappanhout brengt de iets hogere Ph ook helderrode tinten naar voren.

  • Soda ash (Natriumcarbonaat) - Ph 11.6

Soda ash verhoogt de werking van een mordant op cellulosevezels. Als modifier kan het kleuren sterk veranderen, een klein beetje kan cochenille al naar paars verschuiven. Soda ash wordt ook gebruikt om cellulosevezels te ontvetten.

  • Gebluste kalk (Calciumhydroxide) -Ph 12.6

Gebluste kalk is een sterkere alkali dan krijt of soda ash. Het is ook lastig in water gesuspendeerd te houden.

  • Loog (Natriumhydroxide aka natronloog) - Ph 14

Loog is extreem alkalisch en daardoor gevaarlijk om mee te werken, probeer het gebruik ervan te vermijden. Moet het toch, gebruik dan beschermende bril en uitrusting.

Zure assists en modifiers:

  • Citroenzuur, Citroenzuur komt van nature geconcentreerd voor in diverse soorten fruit en groenten, met name citroenen en limoenen. Zoals de meeste organische zuren is citroenzuur een zwak zuur, met een pH-waarde tussen 2 en 5. Van de natuurlijke citrusvruchten hebben limoenen een Ph van 2.8, sinaasappels 3.3 tot 4.2.
  • Azijnzuur (azijn) Azijn is licht zuur met een pH van 2–3. Appelciderazijn is iets alkalischer dan pure azijn, omdat het meer alkalische voedingsstoffen bevat. Toch is het nog steeds zuur
  • Cream of Tartar, Ph 3.5, is een bijproduct van wijnbereiding. Gebruik het als assist bij het beitsen met aluin, gebruik het als modifier voor zuurminnende kleurstoffen zoals cochenille. Cochenille verschuift met Cream of Tartar van fuchsia naar rood. Cream of Tartar werkt het best op proteïnevezels en wordt niet vaak gebruikt met plantaardige vezels.
  • Wijnsteenzuur, Ph 3.6, is ook een bijproduct van wijnbereiding.

Wijnsteenzuurkristallen worden gebruikt in een verhouding van ongeveer 1 gram per liter om de pH met 0.1 eenheid te verlagen. Om bijvoorbeeld de pH van een 20 liter (5-gallon) verfbad van 3.6 naar 3.4 te verlagen, moet je 40 gram wijnsteenzuurkristallen toevoegen

Wijnsteenzuur en cream of tartar zijn niet hetzelfde. Cream of tartar wordt gemaakt van wijnsteenzuur door wijnsteenzuur te combineren met kaliumhydroxide. Daardoor wordt het wijnsteenzuur gedeeltelijk geneutraliseerd, zodat cream of tartar minder zuur is dan wijnsteenzuur.

Deze voorbeelden van rabarber op zijde laten zien hoe het gebruik van modifiers de tint kan beïnvloeden.

Alkaline and acidic modifiers used in rhubarb dyeing
Alkalische en zure modifiers gebruikt bij het verven van rabarber

Gebruik van metaalzouten als modifiers.

Oak gall tannin samples with and without a ferrous sulfate post-mordant

Vooral ferrosulfaat heeft een sterk effect op de meeste verfstoffen. Er is een groot verschil tussen het gebruik van ferrosulfaat als mordant, waarbij je het juiste mordanteerproces volgt, of het na het verven of na eco-printen gebruiken als modifier.

Wanneer je een mordantsalt zoals ferrosulfaat of kopersulfaat gebruikt na het eerste verfproces, zal het waarschijnlijk wel de kleur beïnvloeden, maar het verbetert de lichtbestendigheid of wasbestendigheid niet op dezelfde manier als wanneer je het vóór het verfproces gebruikt.

Het gebruik van ferrosulfaat in combinatie met tannines levert verschillende grijstinten en zwart op. Ik schreef hier een blog overhier.

Dit verschijnsel is de reden waarom tanninerijke bladeren op stof die met ferrosulfaat is gemordanteerd, donkere afdrukken achterlaten. Hoe hoger de tannine/ferroussulfaatverhouding, hoe donkerder de afdruk.

The tannin in the leaf, reacted with the ferrous sulfate in the fabric.
De tannine in het blad reageerde met het ferrosulfaat in de stof.

In deze voorbeelden met goudsbloem zie je duidelijk het verschil tussen mordanteren vóór het verven en het gebruik van ferrosulfaat als modifier na het verven.

Mordanted and then dyed with marigold (left) Dyed with marigold and then modified with iron (right)
Gemordanteerd en daarna geverfd met goudsbloem (links) Geverfd met goudsbloem en daarna gemodificeerd met ijzer (rechts)

Alle verschillende mordanten op goudsbloem, na het verven gemodificeerd met ferrosulfaat.

← Back to blog
0

0 reacties

Laat een reactie achter